Willen versus kiezen

 

Courage is the willingness
to be afraid
and act anyway.

 

Wens versus keuze

 

‘Dat zou ik ook wel willen….’, is een veel gehoorde uitlating als mensen geconfronteerd worden met successen van anderen. En met een al dan niet hoorbare zucht wordt daar dan aan toegevoegd ‘maar ja……’

 

Waar het hier om gaat is de vraag hoe je een wens kunt realiseren; hoe je datgene wat je wilt ook daadwerkelijk tot een succes kunt maken. Met andere woorden; hoe creëer ik wat ik wil.

 

·                    Hoe komt het dat een vrij weekend waarop ik me zo verheugd had als zand door mijn vingers is gegleden?

·                    Waarom kan ik niet stoppen met roken?

·                    Hoe komt het dat ik door al het harde werken het contact met mijn kinderen verloren heb?

·                    Hoe komt het dat ik maar niet begin met sporten, terwijl ik het wel elke keer wil?

 

In elk van bovenstaande gevallen is het probleem niet dat men niet genoeg wilde! Het probleem is dat men niet kiest! Het is verbazingwekkend te zien hoeveel mensen zich in de luren laten leggen door zichzelf en door hun anderen op het moment dat ze tegen zichzelf zeggen dat ze iets willen, of dat anderen zeggen dat ze dit of dat wel willen. Om de een of andere onduidelijke reden verwacht men dat het dan ook gaat gebeuren.

Als een afdelingshoofd aan een van zijn medewerkers vraagt of hij dat rapport binnenkort wil afmaken en die medewerker zegt ja, dan is dat geen enkele garantie dat het ook gaat gebeuren. En toch laten we het vaak daarbij.

 Als je goed luistert naar iemand die iets wil, dan is er bijna altijd een ‘als’ te horen achter wat hij zegt.

 

Ik zou dat wel willen ………als ik de middelen had….als ik de mensen had…als ik de tijd had…….als mijn vrouw er ook achter stond…’ enzovoorts. En aangezien aan die voorwaarden niet of nauwelijks wordt voldaan, is het voorspelbaar dat drie weken later de betrokken persoon komt vertellen waarom het niet gelukt is. Het is niet omdat hij niet genoeg wilde, maar omdat hij niet gekozen had om het ook te doen. Hij wil het waarschijnlijk nog steeds…..!

Het realiseren van veranderingen of resultaten heeft dus weinig te maken met ‘proberen’. Goede bedoelingen zijn niet genoeg om resultaten te boeken.

Proberen sluit de mogelijkheid van falen al in zich en dat is niet bepaald bevorderlijk om de energie op te wekken die nodig is voor het realisatieproces.

Anders gezegd:

Iets ‘willen’ zorgt voor de vonk om aan de gang te gaan; iets ‘kiezen van binnenuit’ zorgt voor de brandstof om het resultaat te realiseren.

Het geheim van succes ligt in het vermogen om scheppende keuzes te maken.

Met het maken van een keuze wordt de creatieve energie gericht op het doel dat men wil bereiken. Daarmee gaat men creëren en wordt men schepper van zijn eigen leven en realiteit. Zo simpel is het inderdaad!

En tegelijk is dit wellicht de moeilijkste opgave voor een mens om consequent in de praktijk te brengen, want de gevolgen zijn zeer verstrekkend. Ineens kan ik mijn baas niet meer de schuld geven van het feit dat ik er de pest over in heb omdat ik weer een weekend moet overwerken. Want het feit dat dat mij overkomt is immers het gevolg van keuzes die ik wel of niet gemaakt heb. Ik ben daar geen slachtoffer meer van. Kortom de verantwoordelijkheid komt te liggen waar hij hoort, namelijk bij het individu zelf.

 

Mensen worden niet ziek van hard werken, wel van machteloosheid.

 

Meestal wordt de oorzaak van iets dat men wilde en niet is gelukt, afgeschoven op iets buiten de persoon zelf, de omstandigheden of een ander. In zekere zin zegt men: ’Ik kan er niets aan doen’. Daarmee verklaart men zich dus machteloos.

Machteloosheid is de bron van veel stressproblemen van vele ziekten en van gebrek aan vitaliteit.

 

Dat gevoel van machteloosheid kan verdwijnen wanneer je je realiseert dat je altijd een mogelijkheid hebt om initiatief te nemen en een nieuwe situatie te creëren.

Zolang je die mogelijkheid niet ziet of ontkent, zal je blijven inhaken en reageren op anderen en derhalve weinig effect sorteren. Daarmee lever je jezelf het bewijs dat het inderdaad onmogelijk is werkelijk invloed uit te oefenen. De cirkel is dan rond.

Het gevolg is meestal dat je anderen verwijt de realisatie van de eigen wensen onmogelijk te maken. Het gevolg is ook, dat men blijft hangen in wensen en dromen zonder de wil om te zetten in een keuze.

 

Iemand die zegt machteloos te zijn heeft zijn vermogen om keuzes te maken weggegeven en daarmee de toegang tot zijn creatieve vermogens afgesneden.

 

Dit is hem dan niet overkomen, daar is hij zelf verantwoordelijk voor en   …….. dat kan hij dus ook zelf veranderen.

 

Creëren van gezonde spanning

 

Op het moment dat iemand een keuze maakt creëert hij als het ware een – gezonde – spanning.

Als ik zeg: ‘Ik zou graag tien kilo lichter willen worden’, dan gebeurt er weinig. Ik heb immers een wens en daar heb ik er wel meer van. Op het moment dat ik zeg: ‘Ik kies ervoor om over twee maanden tachtig kilo te wegen (ik weeg nu negentig kilo),

dan gebeurt er innerlijk wel wat. Dat creëert onherroepelijk een spanning. Die spanning komt voort uit de discrepantie tussen wat ik wil en waar ik op dit moment ben.

Alleen weten wat je wilt creëert op zich nog geen spanning. Pas als ook de huidige realiteit onder ogen gezien wordt, ontstaat er creatieve spanning.

 

 

Creatieve spanning vereist dus twee componenten. De eerste is dat je moet weten wat je wilt, welke keuze je wilt maken. De tweede is dat je moet weten wat je nu hebt, de huidige realiteit. Hoe groter het verschil is tussen wat iemand wil en wat zijn huidige realiteit is, des te groter is de spanning.

Deze spanning is geen emotionele spanning zoals angst of stress. Het is een natuurlijke spanning die wordt veroorzaakt door het verschil tussen de huidige realiteit en de gewenste situatie.

 

 

Niet iedereen is gelijk in het kunnen verdragen van dezelfde hoeveelheid creatiespanning en daarmee is ook niet iedereen gelijk is wat hij kan creëren.

Wel is het zo dat veel te veel mensen zichzelf beperken in hun creatieve vermogens, door tegen zichzelf dingen te zeggen als: ‘Dat kan ik toch niet’, ‘dat is niet realistisch’, dat mag ik niet’, dat hoort niet’, enz.

De meeste beperkingen zijn beperkingen die mensen zichzelf opleggen en laten opleggen, onder andere door te denken dat ze machteloos zijn.

Het komt er dus op neer dat iemand in staat moet zijn om creatiespanning te cultiveren in plaats van te trachten die te laten afnemen.

Het feit dat veel energie juist gaat zitten in het trachten spanning te doen afnemen is niet verwonderlijk. Want creatiespanning wordt vaak verward met emotionele spanning en die laatste leidt tot verkramping, druk en een gevoel van ‘moeten’.

Creatiespanning leidt meer tot opluchting en bevrijding.

 

 

Als ik ervoor kies een huis gekocht te hebben met vijf slaapkamers op loopafstand van een station, waar je rustig piano kunt spelen met een tuin waar je bloot rond kunt lopen zonder dat iemand daar last van heeft, en mijn huidige realiteit is dat ik nu samen met mijn vrouw op een tweekamerflat in Amsterdam woon en dat ik een 120% hypotheek nodig zal hebben omdat we net genoeg gespaard hebben voor de overdrachtskosten, dan creëert die keuze behoorlijk wat spanning, ook emotioneel. En hoewel het resultaat dat we willen creëren helder en duidelijk is, voelt de emotionele spanning niet altijd even gemakkelijk. Dan zijn er ongetwijfeld wel eens momenten van twijfel. Juist dan gaat het erom het doel helder voor ogen te houden, te checken of het nog steeds klopt met wat men wil en de kwaliteit van de creatie-spanning opnieuw ervaren. Want het is juist de energie in die spanning die ervoor zorgt dat iemand actie gaat nemen.

Er liggen nu drie gevaren op de loer. Als iemand zich onbehaaglijk voelt bij de keuze-spanning , zou hij wel eens het volgende kunnen gaan doen:

 

 

·        Hij gaat ‘knabbelen’ aan wat hij echt wil, door bijvoorbeeld zichzelf wijs te maken dat hij wel realistisch moet zijn en dat drie slaapkamers in plaats van vijf toch ook al heel mooi is. Met andere woorden, hij gaat concessies doen ten aanzien van wat hij eigenlijk wil. Het resultaat wordt bijgesteld om het haalbaarder te maken. Dat is op zich niet verkeerd, als hij zich maar goed realiseert dat hij daarmee de spanning doet afnemen en dat hij dus uiteindelijk niet zal creëren wat hij wil(de).

 

 

 

·        Als dat een bewuste keuze is, zal hij waarschijnlijk een huis met drie slaapkamers krijgen en daar tevreden mee zijn. Als iemand genoegen neemt met een compromis, wordt weliswaar het ongemak verminderd, maar het bevestigt meestal tevens een gevoel van machteloosheid, zeker als dat vaak gebeurt.

·        Hij gaat de huidige realiteit ontkennen of verdraaien en mooier maken dan die is. ‘Die flat in Amsterdam is toch best heel ruim en eigenlijk zijn het drie kamers, want de hobbyruimte is ook een kamer…, bovendien zijn we best heel gelukkig met ons leven nu.’.  Ook deze truc zal de spanning doen afnemen en de kans verkleinen dat iemand uiteindelijk realiseert wat hij wil. Hij is gewoon niet eerlijk tegenover zichzelf. De huidige realiteit kan onbevredigend, onprettig of ook pijnlijk zijn.

      Als iemand niet begint met waar hij nu is, maar bij een wensgedachte of een          illusie over zichzelf of zijn situatie kan hij geen creatieve spanning opbouwen.             Alleen vanuit het kennen van de huidige realiteit kan een basis voor de             toekomst worden opgebouwd.

·        Hij vlucht in een valkuil of beter gezegd, hij laat zich door de emotionele spanning in zijn ‘valkuil’ jagen en gaat met veel gedram aan de gang, gaat op een arrogante manier onderhandelen, loopt als een kip zonder kop (wispelturig) van de ene naar de andere makelaar of blijft star vasthouden aan dat ene huis dat zo mooi – maar net verkocht – was. Hij gaat in feite zijn kernkwaliteiten misbruiken om het resultaat te forceren.

 

Door op een dergelijke manier te gaan handelen raakt hij steeds verder van zichzelf en van zijn doel verwijderd. Hij verliest het contact met zichzelf en zijn creatieve kracht en wordt uiteindelijk geconfronteerd met het feit dat hij nog steeds niet heeft wat hij al die tijd wilde. In dit laatste geval wordt de spanning noch gereduceerd noch creatief gemaakt. Door in de valkuil te schieten wordt een illusie gecreëerd die de spanning minder doet lijken of voelen maar in werkelijkheid een averechts effect heeft.

 

Elk van deze drie mechanismen zijn reactief van aard. Daarmee zijn ze tegen iets gericht en derhalve ineffectieve manieren om met de creatiespanning om te gaan. Scheppen wat je wilt betekent dus zowel de huidige realiteit onder ogen zien als het helder voor ogen hebben wat het resultaat is dat je wilt creëren. De keuze voor dat resultaat veroorzaakt de creatiespanning die wordt omgezet in creatieve energie die vervolgens een kracht mobiliseert die je in de richting van de gekozen resultaten stuwt.

Laat één ding duidelijk zijn: mensen hoeven geen keuzes te maken. Het staat iedereen vrij zijn wensen als wensdromen te koesteren. Daarmee heeft men een reële kans dat die wensen niet in vervulling zullen gaan. Ook dat is prima als iemand daarvoor kiest. Ik heb zeker een aantal wensen die naar alle waarschijnlijkheid nooit in vervulling zullen gaan, zoals bijvoorbeeld het winnen van de Staatsloterij. Belangrijk daarbij is echter dat ik daar in het geheel niet mee zit. Als ik iets echt wil realiseren, weet ik dat het aan de orde is om een keuze te maken. Dus keuzes maken hoeft niet, maar dan moet je ook niet zeuren!

 


Het proces om wensen te realiseren kan in een zestal stappen worden opgesplitst:

1                    Luister

2                    Richt

3                    Kijk

4                    Check

5                    Kies

6                    Volg

 

Geen van deze stappen kan worden overgeslagen. Doet men dat wel, dan leidt dat vrijwel zeker tot ineffectieve keuzes, die niet zullen opleveren wat men eigenlijk wil.

 

Stap 1:  Luister

 

Eerder werd gesteld: Iets ‘willen’ zorgt voor de vonk om aan de gang te gaan, iets ‘kiezen’ zorgt voor de brandstof om het resultaat te realiseren. Dat betekent dus dat het allemaal begint met die eerste stap, de vraag: Wat wil ik eigenlijk? Het antwoord op die vraag is te vinden als men even de moeite neemt te stoppen en ‘naar binnen’ te luisteren.

Of het nu om het werk gaat of de privé-relaties, om materiele of immateriële zaken, in de stilte wordt gauw genoeg duidelijk wat iemand echt graag zou willen.

Voor sommigen is juist het probleem dat ze niet weten wat ze willen. Dan wordt het ‘niet weten wat je wilt’ een zodanige belemmering dat het alle verdere creativiteit verstikt.

De enige manier om hieruit te komen is dan eenvoudigweg maar iets bedenken. Gewoon iets bedenken. In ieder geval is het belangrijk niet te blijven hangen in het ‘niet weten’.

Dat is als een vliegtuig dat maar niet van de grond komt.

In zo’n geval is het beter om maar op te stijgen door iets te bedenken wat men eventueel wel zou willen. Onderweg wordt vanzelf wel duidelijk of de wens waarmee gestart is ook werkelijk is wat hij of zij wil.

Zo niet, dan is de betrokken persoon in ieder geval een stap verder, want hij heeft ondertussen wel het een en ander ontdekt over wat hij wel of niet wil.

Er zijn legio organisaties waarin de mensen niet worden aangemoedigd om na te denken over de vraag wat ze echt willen. Het hogere management doet dat wel voor de organisatie. ‘Doe jij maar (gewoon) wat je opgedragen krijgt……’ is een opmerking die menigmaal te horen is. Mensen die echt iets willen worden nogal eens als ‘lastig’ bestempeld. Met opmerkingen als ‘Doe jij nou maar gewoon….’ worden werknemers eerder aangemoedigd bescheiden te blijven, af te wachten en te reageren in plaats van initiatief te nemen en iets nieuws te bedenken. ‘Wie denk je wel dat je bent….’ is ook zo’n opmerking die het creatieve proces in zijn allereerste fase afremt. Alsof ‘iets willen’ egoïstisch zou zijn.

De reden dat mensen opgegeven hebben iets te willen is meestal dat ze het risico van het falen willen vermijden en de mogelijke teleurstelling of pijn niet meer wensen te voelen. En toch is ‘iets willen’ waar creatie begint, bij het contact maken met het verlangen.

Het is de eerste stap van het creatieproces.

 

In deze beginfase is het belangrijk zich niet te laten beperken tot wat men denkt dat mogelijk of haalbaar is. ‘Wishful thinking’ is hier heel gezond; de moed hebben te ‘dromen’, je fantasie te laten gaan. Ook daarin wordt het de meesten door de omgeving niet gemakkelijk gemaakt. Dagelijks zijn opmerkingen te beluisteren als ‘Je moet wel realistisch blijven’, waarin realisme ingevuld wordt als ‘niet te veel willen’.

Een moedig verlanglijstje zou er als volgt uit kunnen zien:

-         Ik wil tijd voor mijzelf.

-         Ik wil plezier in mijn leven.

-         Ik zou me fit willen voelen.

-         Ik wil graag kinderen.

-         Ik wil mijn huis verbouwen.

-         Ik zou wel een comfortabele auto willen.

-         Ik wil van die platvoeten af.

 

De vraag ‘Wat wil ik?, is een van de meest creatieve vragen die iemand zich kan stellen. En als hij aan zichzelf niet bekent (niet toegeeft) wat hij wil, simpelweg omdat de realisatie ervan onmogelijk lijkt, dan is hij in feite bezig de waarheid voor zichzelf te ontkennen.

 

Stap 2:  Richt

 

De tweede stap in het creatieproces is ervoor te zorgen dat de wens meer gericht wordt. Hierbij helpt het als de wens in de vorm van een resultaat wordt geformuleerd. Iets is een resultaat als je weet of je het wel of niet hebt.

Als de wens een proces blijft, zal de keuze hiervoor geen of zeer tijdelijke spanning genereren.

Zo zal de keuze om harder te gaan werken geen creatieve spanning opwekken, evenmin als de keuze om minder vet te gaan eten. Beide zijn namelijk een proces en geen resultaat.

Bij dit soort keuzes is het onduidelijk wanneer het doel bereikt is, want als iemand één boterham per week zonder boter neemt, eet hij ook minder vet dan met boter. Of één keer per week een kwartier overwerken is ook harder werken.

Kortom, als je niet onder woorden kunt brengen wat je straks bereikt hebt, betekent dit dat je niet weet wat je wilt realiseren. Er zal daarom geen creatiespanning ontstaan en de kans dat het lukt is klein.

De emotionele spanning zal nog voelbaarder worden als er ook een tijdslimiet aan gekoppeld wordt. Vijf kilo binnen twee maanden lichter zijn creëert meer emotionele spanning dan vijf kilo binnen een jaar.

Door een te korte tijdslimiet aan een keuze te koppelen, loopt men het risico dat de creatiespanning overschaduwd wordt door de emotionele spanning (onnodige druk). Naarmate een wens een meer materieel karakter heeft, is het gemakkelijker deze te vertalen in een resultaat.

Als het gaat om meer immateriële of gevoelszaken wordt het moeilijker. In die gevallen is het mogelijk een wens in een resultaat te vertalen door een duidelijk visueel beeld te creëren. Dat is sowieso een goed idee om te doen.

Zo kan de wens om meer plezier te hebben wel degelijk gevisualiseerd worden door een regelmatig voorkomende (werk)situatie te nemen en een innerlijk ‘filmpje’ te maken over hoe dat er in de praktijk dan uit zou zien; bijvoorbeeld in een gesprek met een klant of in een vergadering.

Hoe zit je’s morgens in de auto, hoe zie je jezelf (in die gewenste realiteit) lopen, hoe kom je ’s avonds thuis, hoe besteed je de avond, enzovoorts. Dit filmpje kan dienen als maatstaf voor succes en kan regelmatig (innerlijk) worden afgedraaid om te zien hoever de persoon is.

 

Een meer gericht en in resultaten vertaald verlanglijstje zou er als volgt uit kunnen zien:

-         Ik wil één dag per week voor mijzelf hebben om met mijn hobby’s bezig te zijn.

-         Ik wil als ik ’s avonds naar bed ga met een glimlach terugdenken aan de afgelopen dag.

-         Ik wil gemakkelijk vijf kilometer kunnen hardlopen.

-         Ik wil binnen twee jaar samen met mijn vrouw een kind.

-         Ik wil binnen een jaar op zolder twee slaapkamers gebouwd hebben.

-         Ik wil een nieuwe auto met een 2-liter motor, een automatische versnellingsbak en een open dak.

-         Ik wil mijn voetbogen zo versterkt hebben dat mijn voeten niet meer doorzakken en de pijn in mijn rug voorbij is.

 

Hoe beter iemand zijn wens kan visualiseren, des te duidelijker kan hij de energie richten. Succesvolle mensen doen dat bijna zonder uitzondering.

Ze scheppen een duidelijk en bewust beeld van de gewenste uitkomsten en ze laten hun acties leiden door die herhaaldelijk bevestigde keuze.

In plaats van tot in de details te plannen wat ze gaan doen, beginnen ze met het scheppen van een intensieve, levendige, mentale voorstelling van de eindsituatie. Die voorstelling werkt door in het onderbewustzijn en uit zich als intuïtie bij de dagelijkse beslissingen (die het doel steeds naderbij brengen).

Door zich te richten op het resultaat dat men wil creëren zal de invulling van het ‘hoe’, organisch ontstaan.

Het stellen van de ‘hoe’- vraag voor de ‘wat’-vraag heeft tot gevolg dat de aandacht wordt afgeleid van wat men wil en men zich gaat richten op allerlei problemen die de realisering mogelijk in de weg zullen staan.

‘Hoe moet dit dan….hoe zit het dan met dat?.

Een te vroege focus op het realisatieproces beperkt de effectiviteit en het creatievermogen.

Een ander probleem in deze fase is dat iemand te perfect wil zijn en dat wat hij wil volledig uitgekristalliseerd moet zijn alvorens hij daar voor kan kiezen.

Waar het om gaat is dat hij een (keuze)stap gaat zetten, kijkt wat hij gemanifesteerd heeft, bijstuurt en een volgende stap zet.

Zoals elk vliegtuig dat van Amsterdam naar New York vliegt, 99% van de tijd niet precies op koers vliegt en toch zijn doel bereikt (omdat het steeds bijstuurt), zo ook kan iedereen resultaten bereiken zonder perfect te zijn. Dat wil zeggen, als men in staat is de creatiespanning te cultiveren die ontstaat als je naast het gewenste resultaat ook een duidelijk beeld hebt van de huidige realiteit.

 

Stap 3:  Kijk

 

In deze stap gaat het er vooral om te kijken naar de huidige realiteit. Deze stap is minstens net zo belangrijk als het vaststellen wat men wil.

Eigenlijk bestaat deze stap uit drie onderdelen: kijk, zie en voel.

Hier geldt dat waarnemen, bewust worden en voelen essentiële stappen zijn in het verhelderen van de huidige realiteit.

 

 

 

Bij het waarnemen kijkt men naar de huidige realiteit. Hoe ziet die er uit? Wat is de situatie nu? Wat vind ik daarvan? Bij de bewustwording verbindt men die realiteit met zichzelf, met andere woorden, hoe ben ik hier een onderdeel van en wat is mijn aandeel?

Hoe heb ik eraan bijgedragen dat ik in deze situatie terechtgekomen ben?

Meestal heeft iemand een onbewuste bijdrage geleverd (bijvoorbeeld door een onbewuste keuze in het verleden) die ertoe geleid heeft dat hij of zij nu in deze situatie verzeild geraakt is. Het kan pijnlijk zijn om dit te (moeten) constateren.

Bij het voelen voelt men wat dat betekent en wat de consequenties daarvan zijn.

 

Door de gevoelens die met de huidige realiteit samenhangen toe te laten, wordt de realiteit opgenomen in de kern en daarmee verbindt men zich met de huidige realiteit in plaats van de realiteit als ongewenst te verwerpen en ertegen te gaan strijden. Zonder acceptatie van gevoelens is een keuze altijd reactief, dat wil zeggen dat die niet vanuit de kern komt. Let wel: voelen wil niet zeggen dat men berust!

Voelen betekent dat men zijn gevoelens accepteert en de naakte waarheid onder ogen ziet, inclusief het aandeel dat iemand zelf heeft gehad in de creatie van de huidige realiteit!

Het keuzeproces gaat echter verder. Vanuit het waarnemen, bewust worden en het voelen van de huidige realiteit zal van binnenuit een wens naar boven komen,

die de vonk is om tot een creatieve keuze te komen. De creatiespanning die daarbij ontstaat kun je ook ‘helingsspanning’ noemen. Daarom voelt creatiespanning ook zo totaal anders aan dan emotionele spanning. Wanneer je iets creëert heel je iets. Het is een bijna onweerstaanbare energie die je glashelder laat zien welke keuze aan de orde is. In zekere zin kun je er nauwelijks meer omheen.

Vandaar dat het zo belangrijk is de huidige realiteit zorgvuldig te onderzoeken.

Als mocht blijken dat de huidige realiteit aanleiding geeft tot onvrede, hetgeen vaak het geval is, dan bestaat er een redelijke kans dat de wens niet van binnenuit komt maar van buitenaf, namelijk puur als reactie op de huidige situatie.

Dan is de energie gericht op het bestrijden van de onvrede. Ze is dus tegen iets gericht (=reactief) en niet voor iets (=creatief).

Het doel is dan eerder iets te vermijden (namelijk de onvrede) dan te scheppen. Men wil iets níet. Het accepteren van de gevoelens is daarbij overgeslagen, waardoor de kern (de energiebron) ‘gemist’ wordt.

Men wil de waarheid niet onder ogen zien en zo gauw mogelijk een andere realiteit creëren en vlucht als het ware in een ‘keuze’.

De energie om die keuze tot een succes te maken komt echter ook van buitenaf.

Als ik een andere baan wil gaan zoeken omdat ik het met mijn huidige baas niet kan vinden, is de aanleiding de onvrede over de relatie met mijn baas.

Zodra daar iets aan verandert in positieve richting zou dat betekenen dat de energie om een nieuwe baan te zoeken wegvalt, want die kwam immers voort uit onvrede. En aangezien die nu minder is, is de energie ook minder.

Met andere woorden, als men de energie ontleent aan iets waar men tegen is, dan maakt men het realiseren van wat men wil afhankelijk van anderen.

Geen wonder dat dat zelden oplevert wat men echt wil, want daar heeft men helemaal geen contact mee gemaakt en dit blijft derhalve verborgen. Dat wil niet zeggen dat onvrede geen aanleiding mag zijn. Dat is het in de praktijk heel vaak.

Waar het om gaat is dat de reactieve keuzes niet werken (ineffectief zijn) als men de waarheid ontkent ten aanzien van het aandeel dat men zelf heeft gehad in het creëren van de huidige realiteit en de gevoelens daaromheen.

Reactieve keuzes roepen tegenreacties op en het ‘creatieproces’ wordt één grote worsteling met teleurstellingen en tegenslagen.

Er is eerder sprake van een reactieproces dan van een creatieproces.

Zoals reeds gezegd, zit het verschil tussen emotionele spanning en creatiespanning vooral hierin dat emotionele spanning leidt tot verkramping, druk en een gevoel van ‘moeten’, terwijl creatiespanning leidt tot opluchting en ‘bevrijding’, alsof er een last wegvalt

·      Ik schrijf graag, ik tennis goed, ik zing graag en ik speel graag keyboard en gitaar. De realiteit is dat ik niet schrijf, noch aan sport (meer) doe en mijn gitaar al acht maanden niet heb aangeraakt.

·       Ik erger me snel en ben ongeduldig. Ik zit in vergaderingen gauw aan andere dingen te denken. Ik heb altijd een oordeel over mijn collega’s.

·       Ik ben de laatste jaren acht kilo in gewicht toegenomen. Ik ben drie keer begonnen met joggen. Ik drink de hele dag koffie en voel me slap en schuldig over mijn leefwijze.

·       Ik wil al jarenlang kinderen. Ik praat er niet meer over want dan heb ik het gevoel dat ik weer begin te zeuren. Ik loop nu tegen de veertig. De relatie met mijn vrouw is prima, we houden veel van elkaar. Zij wil nog steeds geen kinderen.

·      We hebben de zolderkamers niet echt nodig maar het zou wel leuk zijn om iets meer ruimte te hebben. Ik kan zelf goed klussen, ik heb er alleen geen tijd voor.

·      Ik rijd in een vijf jaar oude diesel die misschien nog een jaar meegaat. Eigenlijk vind ik geld uitgeven aan een auto zonde.

·      Mijn voeten zijn zo plat als een dubbeltje en ik geloof eigenlijk niet dat je er iets aan kunt veranderen.

 

Kortom, een opsomming van aspecten in de huidige realiteit die genoeg aanleiding geven voor reactieve keuzes.

 

Vandaar dat de volgende stap is de mogelijke keuzes te onderzoeken op effectiviteit.

 

Stap 4:  Check

 

Alvorens een keuze te maken kan het raadzaam zijn deze te checken op effectiviteit. Ineffectieve keuzes zijn keuzes waarmee een nieuwe realiteit wordt gerealiseerd die niet oplevert wat men echt wil.

Ze zijn derhalve onbevredigend en teleurstellend.

Door een zestal checks uit te voeren kan men de kans vergroten dat keuzes ook effectief blijken te zijn.

Deze  6 checks zijn:

·      Check op reactiviteit

·      Check op bijdrage

·      Check op inbedding

·      Check op voorwaardelijkheid

·      Check op actieverantwoordelijkheid

·      Check op consequenties

 

De eerste check is reactiviteit

De belangrijkste check op effectiviteit heeft men ondertussen reeds uitgevoerd, namelijk op reactiviteit.

Daarover is intussen al het nodige gezegd. Is het voor of tegen iets? Wat creëer ik ermee in plaats van wat vermijd ik of bestrijd ik ermee?

 

De tweede check is: Wat draagt het resultaat bij?

 Dit kan een bijdrage zijn aan het grotere geheel waar ik een onderdeel van ben, zoals de organisatie waar ik deel van uitmaak, mijn gezin, de maatschappij, enzovoorts. Als dit niet het geval is, is de kans groot dat de omgeving er niet op zit te wachten en dat vanuit de omgeving tegenkrachten zullen ontstaan die het resultaat zullen proberen te verhinderen. Dat hoeft geen aanleiding te zijn om van gedachten te veranderen; het betekent waarschijnlijk wel dat de emotionele spanning groter wordt, omat de huidige realiteit is dat ik de enige ben die het wil.

Naarmate wat ik wil een grotere bijdrage levert aan het geheel kan ik meer ondersteuning van buitenaf verwachten, waardoor de emotionele spanning minder wordt. Dit is geen pleidooi voor aanpassingsgedrag. Wie trouw is aan wat zijn innerlijk hem ingeeft zal soms tegen de stroom ingaan, niet omdat hij tegen is maar omdat hij iets bij te dragen heeft.

Als iemand weet wat hij wil en zich als instrument beschikbaar stelt, zal de creatiespanning (ten gevolge van zijn keuze) hem in staat stellen het onmogelijke te realiseren.

Zeker als we de creatie van grote kunstwerken in het verleden bekijken, kunnen we constateren dat de bijdrage in die tijd zelden gezien werd en dat werkelijke vernieuwing vaak ondanks de omgeving tot stand kwam.

 

 

De derde check is op inbedding.

Het zal duidelijk zijn dat niet alle keuzes van gelijk niveau zijn. Robert Fritz maakt in De weg van de minste weerstand het onderscheid tussen fundamentele keuzes, primaire keuzes en secundaire of ondersteunende keuzes. Een fundamentele keuze is een keuze die betrekking heeft op je totale leven en je houding ten opzichte van het leven. Een primaire keuze heeft betrekking op een concreet eindresultaat. Het is een min of meer afgerond iets. Bijvoorbeeld het schrijven van een  boek. Ondersteunde keuzes zijn keuzes die een primaire keuze ondersteunen, zoals het aanschaffen van een portable Macintosh om dit boek te kunnen schrijven. Keuzes zijn effectiever naarmate ze meer ingebed zijn in een keuze van een hoger niveau. In zekere zin is iedere ondersteunende keuze een bevestiging van de primaire en hopelijk een fundamentele keuze.

 Enkele voorbeelden van fundamentele keuzes zijn:

·      Ik kies ervoor de bepalende creatieve kracht in mijn leven te zijn.

·      Ik kies ervoor zin te geven aan mijn leven.

·      Ik kies ervoor gezond te zijn.

Wanneer iemand in zichzelf geconfronteerd wordt met tegenstrijdige wensen of keuzes, betekent dit dat op een fundamenteler niveau (nog) geen keuze gemaakt is. Als iemand heen en weer geslingerd wordt tussen kiezen voor een carrière of voor zijn gezin, dan is een fundamentele keuze blijkbaar aan de orde.

Dit probleem is onoplosbaar op het niveau waarop het zich voordoet.

Alleen op een hoger niveau kan een oplossing voor dit innerlijke conflict gevonden worden.

Als iemand kiest om te stoppen met roken (primaire keuze) zal dit een stuk gemakkelijker gaan als die keuze is ingebed in de fundamentele keuze om gezond te zijn.

Als hij die fundamentele keuze gemaakt heeft, zal hij tevens een aantal andere zaken doen of laten, want een fundamentele keuze betreft het gehele leven van iemand en is waarschijnlijk niet beperkt tot het wel of niet roken.

 

 

De vierde check is gebaseerd op voorwaardelijkheid.

De vraag is hier of en zo ja welke voorwaarden er aan een eventuele keuze vastzitten. “Ik kies ervoor deze klus vandaag gedaan te hebben als mijn secretaresse ervoor zorgt dat ik ongestoord kan werken....”.

Dat is dus geen keuze, maar nog steeds een wens.

Het kan zijn dat het die dag lukt, misschien ook niet. In dit geval hangt dat niet van de manager af, maar van zijn secretaresse.

Voorwaardelijke keuzes ondermijnen de creatieve kracht op een enorme manier.

 

 

De vijfde check op effectiviteit is actieverantwoordelijkheid,

Als een keuze betrekking heeft op een andere persoon, begeeft men zich buiten zijn eigen directe actieverantwoordelijkheidsgebied.

Men maakt zich afhankelijk van de bereidheid van een ander om wel of niet te veranderen, bijvoorbeeld “Ik kies ervoor dat mijn baas openstaat voor mijn ideeën”.

Dat is ook een soort voorwaardelijke keuze. Die valt buiten mijn actieverantwoordelijkheid en daarmee buiten mijn vermogen om actie te nemen.

Alleen voor de actie om zelf iets te creëren is men zelf verantwoordelijk.

Ik kan wel zeggen: ”Ik kies ervoor in een omgeving te werken waar men openstaat voor mijn ideeën”.

 

De zesde check is op consequenties.

De vraag “Als ik het zou kunnen hebben, zou ik het dan (aan)nemen?” lijkt wellicht overbodig.

Toch komt het voor dat mensen zich een ongeluk zouden schrikken als hun wens zich plotseling zou manifesteren.

En aangezien die kans groot is (als iemand een keuze maakt), is het wel zaak om te checken of hij of zij daar wel blij mee zou zijn.

Het betekent dat men zich verplaatst in de situatie dat het resultaat gerealiseerd is.

Soms kan dat nieuwe inzichten verschaffen en ontdekt men dat de consequenties van dat resultaat minder wenselijk zijn.

Als iemand kiest om over vijf jaar op een bepaalde directeursfunctie te zitten, is het niet onmogelijk dat hij daar inderdaad zit, maar het kan ook zijn dat de eenzaamheid van die positie niet helemaal is wat hij ervan verwachtte.

De consequenties van het krijgen van een baby zijn ook dat de poepluiers verschoond moeten worden en dat je niet meer zomaar naar de bioscoop kunt.

 

 

 

Stap 5:  Kies

 

De eerste fase van het creatieproces is pas afgerond als er een keuze gemaakt is voor een resultaat. Op dat moment gaat men een verbinding aan met zichzelf. Op het moment dat iemand de woorden uitspreekt “Ik kies ervoor.....(gecreëerd te hebben)”, stapt hij als het ware uit zijn reactieve Ik in zijn creatieve of scheppende Ik. Het is het moment waarop de spanning gecreëerd wordt en de energie gemobiliseerd wordt. Het is het omslagpunt van slachtoffer naar meester, van reageren naar initiëren, van zwakte naar kracht. Het maakt energetisch heel wat uit of iemand zegt: “Ik wil gezond zijn....” of: “Ik kies ervoor gezond te zijn....”. Het eerste genereert geen energie, het tweede wel. Met ‘willen’ bouwt men de mogelijkheid al in dat het om de een of andere reden (buiten hemzelf) niet lukt met ‘kiezen’ neemt hij de volledige verantwoordelijkheid voor het bereiken van het resultaat in eigen handen. Daarmee steekt hij zijn nek uit en erkent hij dat het uiteindelijk aan hem ligt of het resultaat wel of niet wordt bereikt. Dit is het moment dat men het meest direct geconfronteerd wordt met zijn eigen twijfels. Er is moed voor nodig om keuzes te maken.

 

 

Stap 6:  Volg

 

Na de keuze is het zaak te blijven volgen wat er gebeurt. Voor wie een keuze gemaakt heeft, gaat het ‘doen’ vaak schijnbaar vanzelf. Soms lijkt het alsof de persoon zichzelf ‘betrapt’ op een handeling die het resultaat dichterbij brengt. Als het goed is heeft zijn handelen iets vanzelfsprekends (=vanuit-het-Zelf-sprekend) en gaat het bijna moeiteloos.

De creatiespanning zorgt er verder voor dat hij alert blijft inspelen op signalen uit de omgeving. De manier waarop je iets kunt bereiken (het hoe) wordt soms pas duidelijk als je eerst een keuze maakt. Dan is de spanning blijkbaar nodig om je weg te doen vinden.

Zo had de persoon met de platvoeten geen idee wat hij daaraan zou kunnen doen. Pas toen hij de keuze had gemaakt binnen een half jaar gezonde voeten te hebben kwam hij toevallig iemand tegen die een ‘voetoloog’ bleek te zijn.

Als men keuzes gaat maken zal men merken dat ’toevallig’ misschien niet zo toevallig is. Ja, het ‘valt iemand toe’, dat is waar, maar daar heeft de betrokken persoon wel degelijk een aandeel in.

 

Toen een groepsleider in een verzekeringsbedrijf de keuze maakte om binnen een half jaar op een andere afdeling als groepsleider te zitten, was hij stomverbaasd dat zijn directeur hem de volgende week voor die functie vroeg (toeval?).

 

Men zal ontdekken dat toeval net iets te vaak voorkomt om nog toevallig te kunnen zijn.

Zodra het handelen iets krampachtigs krijgt is het tijd opnieuw stil te staan bij wat hij van binnenuit wil en welke keuze hij van daaruit maakt.

 

Krampachtigheid is een teken van gebrek aan vertrouwen in zichzelf  en zijn eigen creatieve kracht. Het is een uiting van emotionele spanning, niet van reactiespanning. Zodra dat de kop opsteekt, zal hij proberen het resultaat te forceren. Daarmee zal hij vrijwel zeker in zijn valkuil schieten..... enzovoorts.

 

Het zal duidelijk zijn dat iedereen op elk moment van de dag zijn keuzes kan bijstellen.

Ook daar is soms moed voor nodig, omdat sommige keuzes verstrekkende gevolgen hebben of kunnen hebben voor de rest van het verloop van iemands (werk) leven.

 

Denk maar aan de keuzes voor een levenspartner of voor een nieuwe baan of een tweede carrière.

Toch zit men niet vast aan eenmaal gemaakte keuzes.

Er is  altijd een mogelijkheid opnieuw te kiezen.

Wie die mogelijkheid niet meer ziet, heeft zichzelf  machteloos gemaakt en een slachtoffer van de gebeurtenissen.

 

 

Stappenplan

 

 

1. Luister en Hoor

 

Hoe ziet je verlanglijstje eruit?

 

Laat je hier nog niet leiden door de vraag of iets haalbaar is. Heb de moed om te dromen.

 

Voorbeeld: Ik wil tijd voor mezelf

 

I. Ik wil .................................................................................

 

2. Ik wil ................................................................................

 

3. Ik wil .................................................................................

 

4. Ik wil ................................................................................

 

 

2. Richt en Vind

 

Maak de wensen uit je verlanglijst meer gericht , vertaal ze in resultaten

 

Voorbeeld: Ik wil een dag per week voor mijzelf hebben om met mijn hobby’s bezig te zijn.

 

1. Ik wil .................................................................................

 

2. Ik wil ................................................................................

3. Ik wil .................................................................................

 

4. Ik wil ................................................................................

 

 

3. Kijk en Zie

 

Maak een keuze uit een van je wensen van je verlanglijst.

 

Beschrijf hoe de realiteit op dit moment, wat betreft die wens, er voor jou uitziet.

 

Voorbeeld: Ik schrijf graag, ik tennis goed, ik zing graag en ik speel graag keyboard en gitaar. De realiteit is dat ik niet schrijf, noch aan sport (meer)doe en mijn gitaar al acht maanden niet heb aangeraakt.

Mijn realiteit ziet er als volgt uit::

 

 

4. Check en Weet

 

 op de volgende punten

 

A. Reactiviteit, m.a.w. is het voor of tegen iets?

 

 

B. Waaraan draagt het resultaat bij?

 

 

C. Is je wens ingebed in andere keuzes?

 

 

D. Zitten er voorwaarden aan je keuzes vast? Zo ja, welke?

 

 

E. Zijn er nog andere mensen verantwoordelijk voor het al of niet slagen van mijn actie?

 

 

F. Wat zijn de consequenties van mijn keuze? En neem ik deze consequenties aan?

 

 

5. Kies en Ervaar

 

Ik kies ervoor ....................................

 

 

 

6. Volg  en  Wees

 

Beschrijf wat er in de komende tijd gebeurt in het kader van je gemaakte keuze.

 

 

 

 

 

 

 

 

De beschrijving van dit artikel is een bewerking , ontleend aan het boek Bezieling en kwaliteit in organisaties van David D. Offman.